Koninklijke trein met pensioen
In de loop van dit jaar komt er een einde aan de inzet en het beheer van de Koninklijke Trein. De trein is namelijk aan het einde van haar levensduur. Hiermee eindigt ook de inzet van een speciaal Koninklijk rijtuig voor binnen- en buitenlandse reizen van de Koning en het vervoer van staatshoofden die ons land bezoeken.
Koning Willem-Alexander en Koningin Máxima zullen tijdens het staatsbezoek aan België van 20 tot en met 22 juni voor het laatst gebruik maken van de Koninklijke trein. Tijdens het staatsbezoek van België aan Nederland in 2016 hebben Koningin Máxima en Koningin Mathilde van België ook gebruik gemaakt van de Koninklijke trein ter gelegenheid van de opening van het toen volledig vernieuwde station Utrecht Centraal.
In 1839 ruim een week na de opening van de spoorlijn tussen Amsterdam en Haarlem, maakte Koning Willem II samen met zijn gezin een ritje met de trein in het meest luxe rijtuig waarover de HSM beschikte, een zogeheten Berline. Sindsdien namen alle monarchen van ons Koninkrijk - inclusief troonopvolgster prinses Amalia - met regelmaat de trein. De HSM bouwde in 1848 een Koninklijk rijtuig voor Willem II, terwijl de Nederlandsche Rhijnspoorweg-Maatschappij er twee voor Willem III bouwde in respectievelijk 1857 en 1861.
In 1864 werd voor het eerst een Koninklijk Rijtuig in gebruik genomen de SR1 (SR staat voor Salon Rijtuig). Sinds die tijd werd met enige regelmaat het rijtuig ingewisseld voor een modernere versie. Begin jaren negentig moest het toenmalige Koninklijk rijtuig (SR9) worden vervangen. De opvolger van dit rijtuig (de SR10) werd toen ontworpen op basis van het bestaand Intercity Rijtuig 1e klasse.
Het rijtuig zal door NS worden aangeboden aan het Spoorwegmuseum.